Als er geen Wilders was...

Schrik niet. Die titel is geen oproep tot stochastisch geweld, maar een gedachte-experiment. Een beetje zoals in de kerstklassieker It's a Wonderful Life uit 1946. Daar wenst zakenman George Bailey dat hij nooit geboren was. Een engel laat hem vervolgens zien hoe de wereld er zonder hem uit zou hebben gezien – en vooral wat er níét veranderd zou zijn. Deze column stelt u een vergelijkbare vraag: als er geen Wilders was, wat zou er dan anders zijn?

De afgelopen weken zijn er felle protesten geweest in onder meer Loosdrecht, IJsselstein en Apeldoorn, die soms uitliepen op geweld en confrontaties met de ME. Vaak, en ook nu weer, wordt voor dergelijke protesten de schuld in de schoenen geschoven van politici als Geert Wilders of Lidewij de Vos. Ook vanuit het kabinet en de media klonken opnieuw verwijten dat hun retoriek de spanningen zou aanwakkeren.

 

Dit past in een bredere trend: een vorm van politieke analyse die zich vrijwel uitsluitend richt op de bovenkant van de samenleving, op de politieke kopstukken. Een analyse die veronderstelt dat de opvattingen van mensen grotendeels worden gevormd door de woorden van politici, journalisten en mediafiguren.

 

In dat wereldbeeld zou de titel van deze column luiden: Als er geen Wilders was, zou niemand problemen hebben met immigratie of de islam. Met andere woorden: als dit analytische raamwerk gelijk zou hebben, dan zou de scepsis over immigratie alleen bestaan omdat Wilders of De Vos die woorden in de mond nemen. De problemen die mensen ervaren rondom immigratie zouden vanuit deze optiek grotendeels een construct of projectie zijn. Als deze politici niet zo ‘opruiend’ waren, dan zouden veel mensen die problemen simpelweg niet ervaren.

Deze vorm van analyse heeft een duidelijke blinde vlek. Ze veronderstelt impliciet dat het monddood maken van politici mensen van mening doet veranderen. Alsof een verbod op de AfD of FVD ertoe zou leiden dat hun kiezers spontaan van overtuiging veranderen. Alsof de moord op Pim Fortuyn ervoor zorgde dat zijn ideeën verdwenen. Alsof radicale activisten ineens keurige burgers worden zodra hun organisatie verboden wordt.

 

Deze dominante vorm van politieke analyse zal moeten accepteren dat mensen ook daadwerkelijk eigen overtuigingen hebben, die zich vervolgens kristalliseren in politieke partijen en bewegingen. Politici geven daar uitdrukking aan; zij scheppen die overtuigingen niet uit het niets. Journalisten en bestuurders zullen moeten inzien dat zij veel minder grip hebben op het publieke debat dan ze zelf graag geloven, en dat de samenleving veel minder maakbaar is dan decennialang werd aangenomen.

 

Zelfs als geen enkele politicus of journalist zich negatief zou uitlaten over AZC’s, zouden veel mensen daar nog steeds bezwaren tegen hebben. Sterker nog: ondanks jarenlange campagnes waarin immigratiekritiek consequent wordt geassocieerd met racisme, extremisme of ‘onderbuikgevoelens’, blijft de argwaan over het immigratiebeleid groeien. Het debat is inmiddels zo verschoven dat zelfs politici als Rob Jetten en Frans Timmermans tijdens de laatste campagne nadrukkelijker spraken over het beperken van migratie en strengere regie op instroom – standpunten die jarenlang gedemoniseerd werden door hun eigen partijen.

Natuurlijk hebben politieke woorden impact. Er is een wisselwerking tussen politici en de samenleving; politici kunnen sentimenten versterken, verscherpen of mobiliseren. Maar de eerste impuls komt niet van bovenaf. Politici creëren geen overtuigingen ex nihilo. En ja, media kunnen bepaalde meningen marginaliseren of juist normaliseren. Wie uitsluitend de krant leest, zou soms haast denken dat scepsis over immigratiebeleid een marginaal standpunt is, terwijl opiniepeilingen al jaren laten zien dat de meerderheid er zo over denkt.

 

Een analyse die niet alleen naar politici kijkt, maar ook naar de samenleving zelf, leidt tot een andere conclusie: als er geen Wilders was, zou er minder veranderen dan veel commentatoren denken. Wilders en De Vos spreken, net als andere politici, niet in een vacuüm; zij verwoorden sentimenten die al breed aanwezig zijn.

 

Een veel ongemakkelijker probleem voor de gevestigde politiek is dat de spanningen in plaatsen als Loosdrecht of IJsselstein juist mede ontstaan doordat grote groepen mensen het gevoel hebben dat er structureel niet naar hen geluisterd wordt, ondanks dat Nederland zichzelf een democratie noemt. Door de schuld van dergelijke protesten gemakkelijk af te schuiven op Wilders of De Vos, versterken zij zelf juist de onrust omdat ze laten zien niet te (willen) luisteren.

Jorn Janssen

Wetenschappelijk medewerker