Orbán verloor afgelopen zondag de presidentsverkiezing in Hongarije. Hoewel Orbán geen president meer is, blijft zijn invloed op de hedendaagse politiek aanwezig. Zo ook zijn relatie met de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance, die speciaal voor zijn campagne langskwam. Niet alleen de komst van Vance in Hongarije was op zijn minst opmerkelijk, ook de uitspraken die hij deed vielen de media op. Het zijn de Europese bureaucraten die volgens Vance de Hongaar onderdrukken. Het is volgens Vance alleen Orbán die voor het Hongaarse volk opkomt. Merkwaardig genoeg heeft Vance de Unie van verkiezingsinmenging beticht, terwijl hij zelf en Trump via Truth Social publiekelijk Orbán verdedigen. Waarom is Orbán zo belangrijk voor deze twee Amerikanen?
Meerdere verklaringen zijn mogelijk waarom J.D. Vance naar Orbán toetrekt. Beiden zijn kritisch tegenover instituten zoals de NAVO en de EU, zien de Rule of Law als problematisch en delen een geopolitiek belang. De verklaring dat Vance en Orbán pragmatische bondgenoten zijn, doet niettemin tekort aan de reden waarom Vance in Hongarije was. Het draait er namelijk niet alleen om dat beiden zich zien als beschermers van het conservatief-christelijk denken. Hun verbinding zit op een fundamenteler niveau dan slechts beeldvorming. Vance en Orbán delen immers een analyse over de westerse wereld: ze baseren die op postliberale logica.
Orbán is voor Vance het bewijs dat postliberale logica tot voor kort leidde tot meerdere verkiezingsoverwinningen. Voor een postliberaal is de neutrale staat een illusie. Postliberalen bouwen deze claim op een specifieke analyse: de liberale staat wilde niemand een moraal opleggen, maar ironisch genoeg legde zij daarmee de keuzevrijheid van het individu als hoogste moraal op. Volgens postliberalen wijst de liberale samenleving mensen af die de liberale moraal ondermijnen, althans, niet uitdragen, zoals christenen en conservatieven. Het aanbieden van vrijheid verandert in vrijheid als dwang stellen ze. Postliberalen redeneren dat keuzevrijheid als ideaal de mens dwingt tot individualisme en telkens bewuste keuzes, terwijl sommigen liever een traditie of sterke leider volgen. Een staat kan daarom beter zelf een moraal opleggen waarin mensen zich herkennen, zo stellen postliberalen, dan zich overgeven aan een sociale orde die van niemand is. Orbán identificeert zichzelf daarom publiekelijk met de christelijke moraal en anti-Europese Unieretoriek. [1]
Waar JD Vance handelt vanuit een coherente ideologische overtuiging, handelt Trump meer instinctief en pragmatisch. Het draait voor Trump voornamelijk om the art of the deal: anderen zien hem als winnaar. Dit verschil is ook zichtbaar in hoe Trump en Vance Orbán omschrijven. Voor Trump is Orbán voornamelijk een strong leader, terwijl Vance Orbán looft voor het uitdragen van een postliberale agenda. Ondanks het ontbreken van een ideologische overtuiging biedt Orbán Trump wel iets anders: legitimiteit voor zijn instinctieve handelen. Orbán is voor Trump het bewijs hoe een sterke leider zijn land cultureel soeverein maakt.
Binnen de Europese Unie wordt het Hongarije van Orbán behandeld als een uitzondering en randverschijnsel. Het is een lidstaat die telkens besluiten in Europese belangen blokkeert. Zo sloot de Unie Hongarije uit bij vergaderingen over Oekraïne omdat zij hem als Russisch-gezind zag. Het is naïef om te denken dat het uitsluiten van Orbán zijn invloed afzwakte. Het is het tegendeel: het uitsluiten is voor postliberalen het bewijs dat hun analyse klopt. De liberale staat wordt vijandig wanneer iemand binnen zijn vrijheid de liberale moraal afwijst. Orbán is voor de Amerikanen ook niet een gewoon voorbeeld, maar de wegbereider voor hun politiek. De kwetsbaarheid van Orbáns positie, zowel nationaal als internationaal, raakt daarmee ook alles waar deze twee Amerikanen voor staan. Orbán is uiteindelijk allerminst een randverschijnsel; integendeel, hij is voor Vance en Trump de wegbereider voor postliberale politiek.
[1] Voor meer achtergrond: het debat tussen Koppelman en Williams onderzoekt de betekenis van het postliberalisme tegenover het liberalisme verder uit. Koppelman, Williams & Pilkington, The Post-Liberalism Debate, Budapest: the Danube Institute 2026.
Student-medewerker