Vrijheid is niet voor iedereen

Iedereen wil vrij zijn, dus waarom zou vrijheid niet voor iedereen zijn? Het korte, maar abstracte antwoord is dat vrijheid een uitermate complex begrip is. Vrijheid gaat verder dan slechts lekker jezelf kunnen zijn en jezelf ontlasten van allerlei verantwoordelijkheden. Vrijheid gaat namelijk gepaard met de buitengewone taak om die vrijheid zélf vorm te geven, in te vullen en te dragen. Omgaan met vrijheid is daarmee ook omgaan met onbepaaldheid en onzekerheid. Deze belangrijke en onvermijdelijke begrippen komen ook naar voren als we kijken naar de essentie van de liberale democratie.

De liberale democratie is een staatsvorm die wordt gedragen en vormgegeven door liberaal democratische burgers. Dit gebeurt middels een democratisch geïnstitutionaliseerde strijd, te weten: de democratische verkiezingen. Die continue ‘strijd’ is een strijd om de tijdelijke bezetting van de plaats van de macht. In tegenstelling tot een autocratisch of totalitair regime is er namelijk in een liberale democratie geen sprake van een vaste bezetting van de plaats van de macht door één persoon of één groep. Uiteraard kan het gebeuren dat eenzelfde persoon of groep vaker opnieuw gekozen wordt, maar in een liberale democratie is het aan de participerende burgers om dit telkens weer opnieuw te bepalen. De plaats van de macht is in een liberale democratie dan ook permanent leeg, en kan slechts tijdelijk worden bezet.

 

De lege plaats van de macht is daarmee een wezenlijk kenmerk van de liberale democratie. Deze lege plaats van de macht geeft tegelijkertijd ook een ander wezenlijk kenmerk weer: de ultieme onbepaaldheid van de natie.

 

De onbepaaldheid van de liberale democratie brengt een enorme onzekerheid met zich. Aangezien de mens doorgaans juist naarstig op zoek is naar vormen van bepaaldheid en zekerheid, in de hoop een rustig en zorgeloos leven te kunnen leiden, staat de essentie van de liberale democratie misschien wel haaks op de drijfveren van de meeste mensen.

Het is om die reden ook niet gek dat populistische politiek bij veel kiezers welgevallig is – met name in tijden van (politieke) crises of bestuurlijke ontevredenheid. De kracht van populistische politiek is immers dat het de indruk wekt dat zij een alternatief te bieden heeft dat wél zal werken voor kiezers. Populisme speelt daarmee handig in op de menselijke drang naar zekerheid die voortkomt uit een zekere angst voor het onbepaalde en onzekere. Zoals Paul Frissen het eens treffend omschreef: “Het populisme staat voor een vitale onmiddellijkheid die de verlossing propageert.”

 

Gezien het lucratieve karakter, is (haast) elke politicus, politica of politieke partij tegenwoordig niet vreemd aan populistische politiek. Zodra de mogelijkheid zich voordoet om bestaand (regerings)beleid af te kraken en een alternatief te presenteren dat ‘wel’ en (bovenal) ‘direct’ zal werken, zal elke politicus, politica of politieke partij die mogelijkheid aangrijpen. Dit fenomeen neemt vooral een toevlucht in verkiezingstijd, maar het speelt een vaste rol in de alledaagse politiek.

 

Is het populisme daarmee goed of fout? Het populisme kan als democratisch instrument goed werken, in de zin dat het terechte onvrede kan signaleren en agenderen. Het misleidende en – voor de liberale democratie – ondermijnende aspect van het populisme is echter de ‘zekerheid’ en ‘bepaaldheid’ die het populisme te bieden zou hebben.

 

Zoals gezegd, vormen onbepaaldheid en onzekerheid essentiële elementen van de liberaal democratische staatsvorm. Die onbepaaldheid en onzekerheid zijn niet alleen inherent aan de eerder besproken lege plaats van de macht. Ook zijn zij inherent aan het begrip ‘vrijheid’, wat vanzelfsprekend een noodzakelijke voorwaarde is voor het bestaan van een liberale democratie. 

 

Op dit punt komt de complexiteit en lastigheid van vrijheid goed naar voren. Vrijheid klinkt fraai, maar het vergt de persoonlijke capaciteit om met onbepaaldheid en onzekerheid om te kunnen gaan. Zodra iets ‘bepaald’ of ‘zeker’ is, is er immers geen sprake van werkelijke vrijheid. Vrijheid is mogelijkheid: de mogelijkheid om zélf te kiezen, zélf te beslissen en zélf te handelen. Indien iets reeds vastligt, is die mogelijkheid er niet. Juist in het onbepaalde en onzekere, doet de mogelijkheid – en daarmee de vrijheid – zich voor.

Vrij zijn betekent derhalve kunnen omgaan met het onbepaalde en onzekere, door er zelf invulling aan te durven geven. Vandaar ook dat termen als ‘zelfinitiatief’ en ‘zelfredzaamheid’ het in liberale kringen zo goed doen, en in sociaaldemocratische kringen minder goed. Dergelijke termen vertalen namelijk de ernst die schuilgaat achter de voor liberalen belangrijkste waarde: vrijheid.

 

Die ernst ziet op de noodzaak dat iedereen die vrij wilt zijn, zich niet zal moeten laten overmannen door angst en de daaraan verwante drang naar zekerheid. Angst is het gevaar voor vrijheid, want in angst gaat de vrijheid ten onder. Angst biedt de impuls om houvast te zoeken en je daarmee afhankelijk te stellen. In werkelijke vrijheid leven betekent echter dat iemand zelf durft te kiezen en niet zomaar aanhaakt op iets of iemand. In werkelijke vrijheid leven betekent persoonlijke beslissingen durven nemen en daarvoor ook de verantwoordelijkheid durven dragen. In werkelijke vrijheid leven betekent niet laveren op wat ‘zekerheid’ biedt of kan bieden. Werkelijke vrijheid is kunnen omgaan met het onbepaalde, onzekere en onverwachte, want werkelijke vrijheid is het onbepaalde, onzekere en onverwachte.

 

Omgaan met het onbepaalde is niet zomaar voor iedereen weggelegd. Het vergt zelfkennis, zelfvertrouwen en zelfreflectie. Maar bovenal vergt het moed: de moed om niet te vervallen in de angstige drang naar oppervlakkige zekerheid, nu deze de mens afhankelijk maakt en de werkelijke vrijheid ondermijnt. Helaas maakt angst zich doorgaans nog te vaak meester van de mens, waardoor vrijheid blijkbaar niet voor iedereen is. Met name in complexe tijden (als deze) wordt de kans alsmaar groter dat vrijheid steeds meer naar de achtergrond verdwijnt ten faveure van (schijn)zekerheid. Dat maakt de complexiteit van het begrip vrijheid een nog moeilijkere, maar des te noodzakelijkere om uit te blijven leggen en te verdedigen. Daar ligt een bijzonder belangrijke opdracht voor iedereen die het belang en de ernst van vrijheid inziet. Naar ik hoop zijn dat alle liberalen.

  • E.P. Fromm, De angst voor vrijheid, Utrecht: Even J. Bijleveld 2023 (Escape from freedom 1941, vertaald door H. Redeker & J. Mordegaai).
  • C. Lefort, Wat is politiek?, Amsterdam: Boom uitgevers 2016.
  • P.H.A. Frissen, De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek, Amsterdam: Van Gennep 2013.
  • S. Kierkegaard, Het begrip angst, Utrecht: Erven J. Bijleveld 1958 (Begrebet Angest 1844, vertaald door J. Sperna Weiland).

Karel Wijdeveld

Wetenschappelijk medewerker