door Rik Hospers
Redactielid Liberaal Kompas
De VVD wil de kern van een brede liberale beweging zijn, zo stelde haar partijvoorzitter op het laatste voorjaarscongres. Een beweging veronderstelt dat mensen zich verbinden aan een gedeelde visie, een narratief, en gezag toekennen aan hen die deze visie uitdragen. Maar bovenal betekent het dat men zich verbindt aan elkaar. Wederkerigheid is de mortel die burgers en gezag onderling verbindt: niet als transactionele uitruil, maar als fundamentele houding van betrokkenheid op elkaars welzijn. Dit zijn thema’s die niet beperkt zijn tot de VVD als liberale partij, maar de samenleving als geheel aangaan. Zij moeten dus ook door de politieke gezagsdragers aangevat worden, om zo het goede voorbeeld te geven.
Vrije samenlevingen staan voor een grote uitdaging. Enerzijds verwachten zij van burgers dat zij verantwoordelijkheid nemen voor het algemeen belang, deelnemen aan het publieke leven en zich betrokken tonen bij hun gemeenschap. Anderzijds hebben zij veel van de culturele, morele en institutionele bronnen verzwakt waaruit juist zulke betrokkenheid traditioneel voortkwam.
Maatschappelijke betrokkenheid ontstaat immers niet vanzelf. Zij berust op een vorm van moreel gezag – auctoritas – die mensen ertoe aanzet zichzelf te zien als onderdeel van een groter geheel. Toch heeft het moderne liberalisme zich vaak gericht op het bevrijden van individuen van dergelijke gezagsbronnen. Daarmee heeft het onmiskenbaar belangrijke verworvenheden voortgebracht, maar tegelijk rijst de vraag of het niet ook heeft bijgedragen aan de afbraak van de voorwaarden waaronder een vrije samenleving duurzaam kan bestaan.
Die vraag is des te urgenter nu veel westerse democratieën worden geconfronteerd met afnemend vertrouwen in instituties, toenemende politieke vervreemding en een groeiende behoefte aan collectieve identiteit. Waarop rust de samenhang van een samenleving wanneer burgers zich steeds minder verbonden voelen met de tradities, verhalen en praktijken die haar ooit vormgaven?
Mijn stelling is dat een vrije samenleving niet kan voortbestaan op basis van wetten en instituties alleen. Zij veronderstelt gedeelde bronnen van betekenis, morele vorming en wederzijdse verantwoordelijkheid.
Instituties hebben betekenis nodig
Het gangbare argument luidt dat vrije samenlevingen worden gedragen door wetten en instituties. Maar kunnen instituties werkelijk functioneren zonder de verhalen die hun betekenis dragen?
Plato wees er reeds op dat mythos en logos geen tegenpolen zijn, maar elkaar wederzijds ondersteunen. Elke samenleving ontleent haar samenhang aan gedeelde verhalen en gedeelde praktijken, die vorm krijgen in culturele, religieuze en maatschappelijke tradities. Juist daaraan ontlenen wetten en instituties hun gezag.
Dat betekent niet dat zulke verhalen onaantastbaar zijn. Integendeel: de kracht van een open samenleving is juist dat zij haar tradities voortdurend kan bevragen en vernieuwen. Maar wanneer gedeelde verhalen worden gereduceerd tot louter subjectieve voorkeuren, verliezen zij hun bindende kracht. Waar betekenis verdwijnt, verdwijnt uiteindelijk ook het gezag van de instituties die daarop gebouwd zijn.
Hier ligt een belangrijke zwakte van het hedendaagse liberalisme, dat algemeen ingang heeft gevonden. Liberalisme is niet slechts een politieke theorie, maar wordt in de praktijk vaak gedragen door wat Charles Taylor het naturalistische wereldbeeld noemt. Binnen dat wereldbeeld geldt vooral datgene als werkelijk wat objectief kan worden vastgesteld, gemeten en geverifieerd. Vragen naar zin, doel en het goede leven krijgen daardoor een secundaire positie. Het gevolg is dat betekenis wordt geprivatiseerd: zij mag bestaan, maar uitsluitend als individuele voorkeur.
Dergelijk liberalisme kan moeilijk omgaan met religie, mythes en collectieve verhalen. Niet omdat deze verdwenen zijn, maar omdat zij worden beschouwd als subjectief en daarom politiek irrelevant. Daarmee verliest het liberalisme echter het vermogen om overtuigend te spreken over de morele voorwaarden van een vrije samenleving.
Dat is opmerkelijk, want veel liberalen zijn wel degelijk betrokken burgers. Hoe valt dat te verklaren? Niet doordat zij zijn opgegroeid in een strikt individualistische wereld, maar juist doordat zij gevormd zijn door gemeenschappen, tradities en praktijken die zij vaak als vanzelfsprekend beschouwen. Zij leven nog altijd van morele reserves die niet door het liberalisme zelf zijn voortgebracht.
Dat inzicht was lange tijd vanzelfsprekend binnen de liberale traditie. Hugo de Groot beschreef de mens als een wezen dat wordt gekenmerkt door zowel zelfbehoud als gemeenschapszin. Beide neigingen begrenzen elkaar. Mensen streven naar hun eigen welzijn, maar doen dat binnen een sociaal verband waarvan zij afhankelijk zijn. Vrijheid en verantwoordelijkheid vormen daardoor geen tegenstelling, maar een wederkerige verhouding.
Juist dit evenwicht lijkt binnen het hedendaagse liberalisme uit zicht te zijn geraakt. Vrijheid wordt vaak opgevat als een primair gegeven, terwijl verantwoordelijkheid wordt behandeld als een afgeleide verplichting. De klassieke traditie dacht precies andersom.
In De re publica omschrijft Cicero de republiek niet als een verzameling individuen, maar als een gemeenschap die verenigd wordt door overeenstemming over rechtvaardigheid en samenwerking ten behoeve van het algemeen welzijn.
In de klassieke traditie verwijst rechtvaardigheid niet primair naar wetshandhaving of herverdeling, maar naar een juiste ordening van menselijke verhoudingen. Zij is zowel een persoonlijke als een publieke deugd. Wie rechtvaardigheid nastreeft, probeert niet uitsluitend zijn eigen belangen te dienen, maar zoekt naar een ordening waarin het geheel kan floreren.
Rechtvaardigheid veronderstelt echter meer dan een abstracte ordening van rechten en plichten. Zij krijgt in het dagelijkse leven gestalte door wederkerigheid. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat anderen eveneens bereid zijn bij te dragen aan het gemeenschappelijke goed. Een samenleving kan slechts duurzaam bestaan wanneer vrijheid, solidariteit en verantwoordelijkheid wederzijds worden beleefd en bevestigd.
Wederkerigheid is daarom niet slechts een economisch of juridisch principe, maar een morele houding. Zij berust op de overtuiging dat medeburgers deel uitmaken van hetzelfde morele verband en dat men elkaar daarom iets verschuldigd is. Wie offers brengt voor de gemeenschap, verwacht niet noodzakelijkerwijs een gelijke tegenprestatie, maar wel de bereidheid van anderen om diezelfde gemeenschap eveneens te dragen.
Juist daarom kunnen gedeelde waarden en verhalen niet worden gemist. Zij verschaffen burgers een gemeenschappelijke maatstaf voor wat als een rechtvaardige bijdrage wordt beschouwd. Zonder zo'n gedeeld moreel kader verworden rechten tot aanspraken, plichten tot dwang en solidariteit tot een administratief proces. Waar wederkerigheid verdwijnt, komt uiteindelijk ook de legitimiteit van de politieke gemeenschap onder druk te staan.
Vanuit dit perspectief wordt ook duidelijk waarom verhalen niet kunnen worden gemist. Het moderne liberalisme presenteert zichzelf vaak als bevrijding van mythische fundamenten. Tegelijk rust het zelf op dergelijke fundamenten. Het sociaal contract van Hobbes, Locke of Rousseau is immers geen historische gebeurtenis, maar een verhaal dat politieke legitimiteit moet verklaren.
Blaise Pascal zag reeds dat iedere rechtsorde uiteindelijk op dergelijke funderende verhalen berust, terwijl Paul Ricoeur liet zien hoe narratieven de manifestaties zijn van ethiek en moraal. Verhalen zijn daarom geen versiering van de politieke orde, maar een noodzakelijke voorwaarde voor haar bestaan.
Zij verschaffen niet alleen legitimiteit aan wetten en instituties, maar geven burgers ook een antwoord op de vraag waarom zij zich met elkaar verbonden zouden voelen. Wanneer die verhalen verdwijnen, blijft een samenleving over die nog wel regels kent, maar steeds minder goed redenen weet te geven waarom die regels gezag hebben.
Dat verlies aan betekenis heeft inmiddels politieke gevolgen. Sociale rechten en belastingplichten zijn er nog steeds, maar het morele draagvlak ervoor wordt steeds dunner. Burgers ervaren de staat niet langer als een gemeenschappelijk project, maar als een anoniem herverdelingsmechanisme. De relatie tussen rechten en plichten raakt uit zicht; er bestaan alleen nog belangen.
Van daaruit ontstaat een groeiende kloof tussen bestuurders en bestuurden. De vraag die veel burgers stellen is niet uitsluitend economisch, maar existentieel: op grond waarvan zijn wij eigenlijk nog met elkaar verbonden? Wat betekent het om Nederlander te zijn? Wat mogen burgers als leden van dezelfde gemeenschap van elkaar verwachten?
Populistische partijen spelen op die vraag in. Hun oplossingen zijn vaak onbevredigend, maar de behoefte waarop zij inspelen is reëel. Achter veel hedendaagse politieke onvrede gaat namelijk niet alleen een verlangen naar identiteit schuil, maar ook een ervaren gebrek aan wederkerigheid.
Mensen zijn doorgaans bereid offers te brengen voor een gemeenschap wanneer zij ervaren dat die loyaliteit wederzijds is. Zij accepteren belastingheffing, sociale voorzieningen en collectieve verplichtingen niet uitsluitend omdat de wet dit voorschrijft, maar omdat zij deze beschouwen als onderdeel van een gedeeld moreel verband. Wanneer dat verband verzwakt, ontstaat gemakkelijk het gevoel dat sommigen wel aanspraak maken op de voordelen van het samenleven zonder zelf aan de instandhouding ervan bij te dragen.
De vraag naar wederkerigheid speelt daarom een belangrijke rol in hedendaagse maatschappelijke discussies: in het debat over integratie, over sociale voorzieningen, maar ook in het vertrouwen dat burgers stellen in de overheid zelf. Ook de overheid moet immers wederkerigheid betrachten door rechtvaardig, betrouwbaar en consistent te handelen.
Juist daar wringt het vandaag de dag. In dossiers als de bevingsschade, de toeslagenaffaire en box 3 wordt niet alleen beleid ter discussie gesteld, maar ook de rechtvaardigheid van de overheid zelf. Daarmee staat uiteindelijk de legitimiteit van de publieke orde op het spel.
Ook een vrije samenleving heeft wederzijdse betrokkenheid nodig. Die betrokkenheid krijgt gestalte in gedeelde waarden, rituelen, symbolen, helden en verhalen. Zulke culturele bronnen verschaffen burgers niet alleen een gevoel van identiteit, maar ook een gemeenschappelijke maatstaf voor wat zij redelijkerwijs van elkaar mogen verwachten.
Daarmee vormen zij de basis voor wederkerigheid. Burgers zijn eerder bereid verantwoordelijkheid te dragen voor het geheel wanneer zij ervaren dat anderen dezelfde verantwoordelijkheid erkennen. Vrijheid, solidariteit en maatschappelijke samenwerking kunnen slechts duurzaam bestaan wanneer zij wederzijds worden beleefd en bevestigd.
Dit geldt niet alleen voor burgers onderling, maar ook voor de verhouding tussen burgers en overheid. Vertrouwen ontstaat wanneer rechten en plichten in evenwicht zijn, wanneer bijdragen worden gewaardeerd en wanneer instituties zich eveneens gebonden tonen aan de normen die zij van burgers verlangen. Waar die wederkerigheid ontbreekt, verliest de politieke gemeenschap geleidelijk haar legitimiteit.
Dat betekent niet dat gedeelde verhalen dogmatisch of exclusief moeten zijn. Integendeel: juist een vrije samenleving moet ruimte laten voor pluraliteit en verschil. Maar pluraliteit kan alleen bestaan binnen een kader van gedeelde spelregels en wederzijdse verplichtingen. De uitdaging is daarom niet om vrijheid tegenover gemeenschap te plaatsen, maar om beide opnieuw met elkaar te verbinden.
Een vrije samenleving die duurzaam wil voortbestaan vraagt om meer dan institutionele hervorming. Zij vraagt om een herwaardering van de morele, culturele en historische bronnen waaruit burgerschap voortkomt. Die bronnen herinneren burgers eraan dat zij niet slechts dragers van rechten zijn, maar ook deelnemers aan een gemeenschappelijk project.
Vrijheid kan niet op zichzelf bestaan. Zij krijgt pas betekenis binnen een gemeenschap van mensen die elkaar erkennen als morele gelijken en als partners in een gedeelde politieke orde. Die erkenning krijgt concreet gestalte in wederkerigheid: de bereidheid om niet alleen te ontvangen, maar ook bij te dragen; niet alleen aanspraak te maken op de gemeenschap, maar haar ook mede te dragen.
De uitdaging van onze tijd is daarom niet alleen om vrijheid en verbondenheid met elkaar te verzoenen, maar ook om de wederkerigheid te herstellen waarop beide uiteindelijk berusten. Alleen een samenleving waarin burgers zich wederzijds verantwoordelijk weten voor het gemeenschappelijke goed, kan haar open en vrije karakter duurzaam behouden.
Of, om een oude leuze van stal te halen: Eendracht maakt macht.
De TeldersStichting floreert mede dankzij haar betrokken abonnees, donateurs en gulle gevers.
Meld je aan en blijf op de hoogte.
Mauritskade 21
2514 DH Den Haag
+31 (0) 70 3631948
info@teldersstichting.nl
www.teldersstichting.nl