Het digitale autoritarisme van China

Wilbert Jan Derksen

Column

Ondanks dat liberalen van nature huiverig zijn als het gaat om staatsinterventie in de markt, is het uit oogpunt van nationale veiligheid toch nodig dat de Nederlandse regering grote Chinese techbedrijven weert van onze digitale infrastructuur, stelt Wilbert Jan Derksen.

Wilbert Jan is medewerker bij de TeldersStichtig en eindredacteur van het magazine Liberale Reflecties (LR). LR komt drie keer per jaar uit en biedt verdieping over allerlei politieke, maatschappelijke en ethische kwesties. Deze column stond (in iets uitgebreidere vorm) in de LR editie van september 2019.

Autoritarisme heeft door de geschiedenis heen vele manifestaties en gezichten gekend. Met het ontwaken van de slapende reus China is hier een 21e-eeuwse variant bij gekomen: het ‘digitaal autoritarisme’.

Digitaal autoritarisme (Engels: digital authoritarianism) kenmerkt zich door een uiterst effectief gebruik van hightech ter fundering van een autoritair machtsbestel. In dergelijke regimes wordt een politiestaat in stand gehouden met behulp van de nieuwste technologie. Met de opkomst van algoritmen, big data en kunstmatige intelligentie kunnen autoritaire regeringen nu het gedrag van hun burgers continu controleren en sturen in de publieke ruimte en ook zelfs in de privésfeer. Digitaal autoritarisme is in ieder opzicht dan ook de antithese van onze liberale democratie.

Daar waar China de grondlegger is van deze Orwelliaanse bestuursvorm, volgen andere ondemocratische landen zijn voorbeeld. China exporteert hierop technologie ter ondersteuning van deze autoritaire regeringen. Hiermee is een doos van Pandora geopend met vergaande consequenties. Zo vermoed ik dat de grote politiek-ideologische machtsstrijd van de 21e-eeuw zal zijn tussen de liberale democratie en het digitaal autoritarisme.

De Nederlandse regering zou er dan ook verstandig aan doen het Amerikaanse voorbeeld te volgen en serieus te overwegen om Chinese techbedrijven als Huawei (telecommunicatie) en Hikvision (camerabewaking) te weren van onze digitale infrastructuur. Wij moeten bereid zijn harde maatregelen te treffen. Een kortetermijnvisie gericht op mogelijk economisch gewin van Chinese goederen en investeringen zou namelijk op lange termijn een doodsteek kunnen zijn voor onze eigen democratie. Een IT-netwerk indirect beheerd door autoritaire mogendheden maakt ons chantabel en biedt ernstige risico’s voor manipulatie van bijvoorbeeld ons internetverkeer.

Naast het gevaar dat het vormt voor onze eigen burgers, moet men ook beseffen dat wij op deze manier met onze data het digitaal autoritarisme in andere landen helpen te versterken. De technologie in deze landen is vaak gebaseerd op machine learning, waarbij deze zichzelf verbetert aan de hand van nieuwe data die het verkrijgt. Zodoende voeden wij de vijand met onze data en zal deze alleen maar geraffineerder en omvangrijker worden.

Liberalen zijn van nature huiverig als het op interventie vanuit de staat komt, al helemaal wanneer het staatsinterventie op de vrije markt betreft. Toch ben ik van mening dat dit in dit geval geoorloofd, nee zelfs noodzakelijk is. Met het toelaten van bedrijven en investeringen in strategische sectoren die belangrijk zijn voor onze nationale veiligheid halen wij mijns inziens een Trojaans paard binnen dat onze democratie van binnen zal proberen uit te hollen. En het gaat hier echt om een kwestie van nationale veiligheid. Niet alleen burgers, maar ook onze overheids- en hulpdiensten maken gebruik van deze technologie. In een tijd waar oorlogsvoering, spionage en sabotage zich steeds meer naar cyberspace verplaatsen wil je niet afhankelijk zijn van buitenlandse mogendheden die we niet bepaald onder het kopje ‘bondgenoten’ kunnen plaatsen. 

Maar daar waar technologie mogelijkheden biedt voor repressie vanuit de staat, geldt dit ook voor weerstand vanuit de burger. Dankzij een ware Twitterrevolutie heeft het autoritaire regime in Tunesië in 2011 het veld moeten ruimen voor een democratische regering (het enige succesverhaal van de Arabische Lente). Het internet is de nieuwe publieke ruimte geworden waar de status quo en de machthebbers ter discussie worden gesteld. Het is dan ook niet voor niets dat in landen als Cuba en Noord-Korea het internet vrijwel volledig aan banden is gelegd.

China speelt met vuur

In die zin spelen dictaturen als China – met hun uitgebreide hightech infrastructuur – met vuur. En waar dit vuur gebruikt wordt om een mechaniek van repressie te voeden, kan ditzelfde vuur gebruikt worden om dit mechaniek tot as te doen vergaan. Of minder pseudo-poëtisch verwoord; data en technologie zijn wapens die gebruikt kunnen worden ter versterking van niet alleen het autoritarisme, maar ook de democratie.

Dit gegeven biedt kansen indien wij ons proactief opstellen. In plaats van onszelf alleen passief te verdedigen tegen het digitaal autoritarisme, moeten wij ons daarnaast ook actief inzetten op internationaal niveau – met name voor een vrij en open internet. Vooral in landen waar nog geen definitieve Great Firewall zoals in China is opgerezen moeten wij ondersteuning bieden aan diegenen die misbruik van technologie proberen te voorkomen. Regeringen als in Egypte, Sri Lanka en Nigeria die langzaam afglijden richting digitaal autoritarisme moeten economisch onder druk worden gezet. Wij moeten ons niet schromen sancties in te zetten tegen overheden, bedrijven en individuen die technologieën ontwikkelen, gebruiken en verspreiden ten behoeve van ondemocratische doeleinden. Daarnaast moeten wij internetactivisten steunen en klokkenluiders in dergelijke landen bescherming bieden.

Economisch zullen deze maatregelen wellicht negatieve consequenties hebben en beperkingen op de vrije markt opleveren, maar een economische vrije markt mag nooit ten koste gaan van de vrije markt van ideeën. Zoals ik eerder stelde gaat het hier om onze nationale veiligheid en de bescherming van de internationale rechtsorde. Binnen het liberale gedachtegoed is de belangrijkste taak van de overheid het waarborgen van veiligheid. Eerst nachtwaker, dan pas marktmeester. Indien deze rollen elkaar tegenspreken, zal de eerstgenoemde altijd zegevieren. Anders graven wij ons eigen graf, en wel met een cadeaugegeven schep “made in China”.