Gekwetstheid verdragen

Klaas Dijkhoff

Liberaal journaal

Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, schreef voor ons liberaal journaal over tolerantie (december) een bijdrage.

Volgens Dijkhoff hoort bij de deugd van verdraagzaamheid dat je leert omgaan met het feit dat je in een vrije samenleving gekwetst kunt worden.

Waren het vroeger alleen kinderen die met angst en beven wachtten op de komst van Sinterklaas, dat geldt inmiddels ook voor een hoop volwassenen. Het is immers de periode waarin inmiddels de discussie over Zwarte Piet weer standaard losbarst. Een voorbeeld van een gesprek dat niet meer op normale toon gevoerd (b)lijkt te kunnen worden. Waarin verdraagzaamheid voor elkaars standpunten, of voor het níet hebben van een expliciet standpunt, ver te zoeken is. Waarin het concept verdraagzaamheid zelfs verwrongen wordt en gebruikt om die niet te hoeven tonen.

Wat een gesprek zou moeten zijn over de vraag hoe we onze tradities vormgeven, welke gevoelens mensen daarbij hebben en of we samen een nog mooier feest kunnen hebben als we in sommige omgevingen wat elementen aanpassen, is veranderd in een strijdtoneel. Een strijd waarin geen neutraliteit geaccepteerd wordt. Waarin de eigen gekwetstheid een vrijbrief is om anderen te beschuldigingen en hen motieven als racisme toe te dichten als men niet meteen de gekwetste het grootste gelijk van de wereld geeft en excuses aanbiedt.

Verkramping van onze maatschappij

Dit tragische fenomeen zien we niet alleen bij Zwarte Piet. Historische verwijzingen, meningen en zelfs al dan niet smaakvolle grappen liggen onder vuur. Een onwenselijke verkramping van onze maatschappij onder de noemer van politieke correctheid en identiteitspolitiek.

Het midden komt niet aan het woord, je moet gelijk een kant kiezen. Op deze manier zijn het de extreme flanken die de discussie kapen. Zij kapen dat omdat zij in het gunstige geval zelf onverdraagzaam zijn en niet aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid in de samenleving om verdraagzaamheid te tonen. In het ongunstigste geval verwijten zij anderen onverdraagzaam te zijn omdat ze niet dezelfde mening hebben. Het feit dat men zelf gekwetst is voert men aan als kwade intentie van de anderen. ‘Ik ben gekwetst en wie dat niet wegneemt verdraagt mij niet.’

Tegen een stootje kunnen

Terwijl de deugd of zelfs burgerplicht van verdraagzaamheid betekent dat de gekwetste veel moet verdragen. Dat je leert omgaan met het feit dat je in een vrije samenleving gekwetst kunt worden, dat je tegen een stootje kunt en dat verdraagt. Je hebt natuurlijk het recht je gekwetst te voelen, maar dat je je gekwetst voelt geeft je verder geen rechten. Verdraagzaamheid betekent dat je het in al je gekwetstheid verdraagt. Niet dat je de ander onverdraagzaam noemt en eist dat je niet gekwetst wordt. Je gekwetstheid is geen bewijs van schending van verdraagzaamheid. Je hoeft natuurlijk niet lijdzaam toe te kijken, je hebt de vrijheid en de mogelijkheid jouw mening ernaast te leggen. Je mag aangeven dat je gekwetst bent en de ander vragen of die dat beseft. In een verdraagzaam en vrij land is de kans groot dat er rekening mee gehouden wordt.

In een vrij land verdragen we veel. Dingen die we zelf onzin vinden, waar we geen behoefte aan hebben, die ons wellicht zelfs kwetsen. Hoe pijnlijk het ook kan zijn, hoe terecht het ook kan zijn als we meer rekening houden met iets of zelfs een traditie aanpassen: de gekwetstheid van een kleine groep, maar ook die van een grote groep, kan niet leidend zijn voor wat in ons land wel en niet kan.

Meer lezen uit het liberaal journaal over tolerantie?