De Spaanse griep, een verdrongen pandemie

Wilbert Jan Derksen

Column

Vallen er parallellen te trekken tussen de coronapandemie en de Spaanse griep? En, wat kunnen we van beide crises leren, voor een volgende keer? Want de Spaanse griep en het coronavirus zijn slechts twee uit een lange reeks van pandemieën, waar er ongetwijfeld meer van zullen komen. Lees het in deze informatieve column van Wilbert Jan Derksen

De coronacrisis zal ongetwijfeld de geschiedenisboeken ingaan als een van de grootste gebeurtenissen van onze tijd. De vele dodelijke slachtoffers en totale economische verlammingen maken het een crisis waar ieder mens wel direct of indirect door geraakt wordt. Toen het coronavirus zich op pandemische schaal begon te verspreiden werd al snel de vergelijking gemaakt met de Spaanse griep van 1918-1920. Ook hier waren er veel doden te betreuren. Ongeveer 500 miljoen mensen raakten besmet met de Spaanse griep – een derde van de toenmalige wereldbevolking – en vele miljoenen overleden aan de ziekte (exacte aantallen variëren tussen de 20 en 100 miljoen dodelijke slachtoffers). In Nederland stierven ongeveer 38.000 mensen. Desalniettemin is de Spaanse griep pas recentelijk door historici erkend als de mondiale ramp die het destijds geweest is en werd het lange tijd slechts als voetnoot bij de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) genoemd.

De vergelijking tussen het coronavirus en de Spaanse griep is niet geheel onterecht. Ook hier ging het om een zogeheten zoönotisch virus, waarbij de infectie van dier op mens is overgedragen. De precieze oorsprong wordt betwist, maar een veel geopperde theorie is dat het begon in een legerkamp in de Amerikaanse staat Kansas, waar het virus mogelijk van varken op mens is overgesprongen. Vanuit daar verspreidde het zogeheten H1N1-virus zich vliegensvlug over de hele wereld. Het virus ging als lopend vuurtje door de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog die op dat moment uitgevochten werd. Maar de landen in oorlog censureerden de berichtgeving over de
mysterieuze nieuwe ziekte om het moreel van de soldaten niet te verzwakken. Spanje was neutraal tijdens het conflict, dus de Spaanse kranten sloegen als eerste alarm over het virus. Zodoende werd de ziekte, eigenlijk dus onterecht, bestempeld als de Spaanse griep.

Wie besmet raakte met het virus werd doodziek

Wie besmet raakte met het virus werd vaak snel doodziek. Het ziektebeeld was gruwelijk en manifesteerde zich in een ongekend hoog tempo. Iemand kon de ene dag kerngezond zijn, om de daaropvolgende dag te komen overlijden. De ziekte had vaak een longontsteking tot gevolg, waardoor mensen als het ware verdronken in het bloed en vocht wat zich in de longen had opgehoopt. Opvallend was dat de risicogroep, anders dan bij de meeste andere ziektes, vooral uit jonge mensen bestond van tussen de 20 en 40 jaar oud. De reden hiervoor was dat de doodsoorzaak vaak een te sterke respons op het virus van het immuunsysteem was. Jonge mensen met een sterk immuunsysteem hadden daardoor juist meer risico om te komen overlijden.

De Spaanse griep kwam in drie golven, waarvan de tweede veruit het dodelijkst was. Bij de eerste golf waren de symptomen nog vergelijkbaar met een normale griep, maar vervolgens muteerde het virus zich tot een veel dodelijkere variant. Vooral dankzij verplaatsingen door soldaten verspreidde deze variant zich vliegensvlug over de wereld. Destijds was men zich ook al bewust dat quarantainemaatregelen nodig waren om het virus in te dammen, maar in oorlogstijd werd het verlammen van de (oorlogs)economie als een ongeoorloofde zelfsabotage van de oorlogsinspanning gezien. Ook kampte men met een tekort aan medisch personeel doordat zij al nodig waren aan de frontlinies. Een derde golf volgde in 1919, maar verspreidde zich minder agressief doordat de oorlog voorbij was. En zo snel als dat de ziekte verscheen, verdween die ook weer spontaan na deze laatste golf.

Hoewel de herinnering aan de Spaanse griep verdrukt raakte door de andere grote gebeurtenissen uit die tijd (oorlog, revoluties en de ondergang van meerdere keizerrijken), mag de impact van deze pandemie niet onderschat worden. Doordat vooral jonge mensen stierven, verloren veel families hun broodwinner. De economie werd hierdoor hard getroffen en veel kinderen werden wees. Men verloor bovendien het vertrouwen in de wetenschap. Immigranten en andere minderheden, die vaak dicht op elkaar en onder slechte hygiëneomstandigheden leefden, werden disproportioneel hard getroffen door het virus. Dit voedde pseudowetenschappelijke theorieën als eugenetica, waarop de nazi’s jaren later hun rassentheorieën zouden baseren. Overlevenden en nabestaanden kregen daarnaast vaak last van psychische klachten, met veel stoornissen en zelfmoorden tot gevolg. Het traumatische effect van de Spaanse griep zorgde er dan ook voor dat men de herinnering hieraan liever verdrong en verzweeg, wat het collectief geheugen over pandemie niet ten goede kwam.

De Spaanse griep had een dramatisch effect op de samenleving, zoals het coronavirus ongetwijfeld zal hebben op onze maatschappij. In beide gevallen werd de wereld totaal verrast en was de maatschappij niet voorbereid op het virus. En dat terwijl wetenschappers ons al jarenlang waarschuwden dat de volgende pandemie niet lang meer op zich zou laten wachten. De overheid zal haar primaire functie als nachtwaker die de veiligheid van haar burgers moet garanderen dan ook binnen de context van het gezondheidsdomein moeten gaan interpreteren en uitoefenen. Alleen dan kunnen we de volgende keer wel voorbereid zijn. Want de Spaanse griep en het coronavirus zijn slechts twee uit een lange reeks van pandemieën, waar er ongetwijfeld meer van zullen komen.

Lees ook andere artikelen van de TeldersStichting

Coronacrisis moet niet leiden tot permanente overheidsdwang

Maartje Schulz

Een historische canon moet geen windvaan zijn

Patrick van Schie

Slavenhandel, slavernij en het publieke debat

Piet Emmer

Kansengelijkheid niet gebaat bij naïviteit GroenLinks

Fleur de Beaufort